Doelmatig behandelen

Wij streven naar een zinnig en zuinig behandelbeleid. Dit houdt in dat we uitsluitend patiënten met een erkende indicaties in behandeling nemen waarbij zorgvuldige selectiecriteria toegepast zijn. Het optimale behandelresultaat weten we te bereiken door de patiënt intensief te monitoren.

IvHG behandelt uitsluitend erkende indicaties

Het College voor Zorgverzekeringen (sinds 2015 overgegaan in het Zorginstituut Nederland) heeft in 2009 op basis van de laatste stand van de wetenschap en de praktijk de lijst met erkende indicaties vastgesteld. Deze lijst is momenteel nog steeds actueel.

Het IvHG is actief vertegenwoordigd in de Nederlandse Vereniging voor Hyperbare Geneeskunde en onderhoudt intensief contact met het Zorginstituut Nederland over de lijst van erkende indicaties. Het IvHG neemt alleen patiënten in behandeling met een door het Zorginstituut Nederland erkende indicatie. Op deze regel zijn twee uitzonderingen:

  1. De eerste betreft het behandelen van patiënten in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Het IvHG participeert in diverse door Medisch Ethische Toetsing Commissie (METC) goedgekeurde wetenschappelijke onderzoeken.
  2. De tweede uitzondering betreft patiënten die worden doorverwezen voor een niet erkende indicatie maar waarvoor er in de literatuur wel wetenschappelijk bewijs te vinden is dat hyperbare zuurstoftherapie effectief is. Wanneer er voor dergelijke patiënten geen ander behandelalternatief is worden deze patiënten in behandeling genomen na goedkeuring van de zorgverzekeraar die daarvoor een machtiging afgeeft. Indien de borgverzekeraar geen goedkeuring geeft bestaat de mogelijkheid dat toch behandeld wordt als de patiënt de behandeling zelf betaald.

Behandeling gekoppeld aan intensieve patiënt monitoring

Het IvHG kiest voor een conservatief behandelbeleid. Binnen de protocollaire behandeling van erkende indicaties van hyperbare zuurstoftherapie wordt gekozen voor conservatief behandelen in combinatie met intensieve patiënt monitoring.

Het IvHG volgt de internationale behandelrichtlijn zoals door de Undersea and Hyperbaric Medical Society (UHMS) is vastgelegd in de 13e editie van het indicatieboek “ Hyperbaric Oxygen Therapy Indications" welke in 2014 is uitgebracht.

Erkende indicaties kennen een protocollair aantal behandelsessies. Het IvHG kiest er altijd voor om met het minimum aantal sessies te starten, mede ook in de wetenschap dat het effect van de behandeling nog een aantal maanden na afloop ervan aanhoudt. Vanaf de eerste behandelsessie wordt het herstelproces van de patiënt intensief gemonitord. Bij open wonden, zoals diabetische voetulcera, kan dit geobjectiveerd worden door de afname van de wondgrootte te meten. Dit wordt digitaal met wondfoto’s vastgelegd. Ook het zuurstofgehalte in het wondgebied wordt gemeten en geobjectiveerd.

Bij niet zichtbare wonden, zoals veelal het geval is bij late bestralingsschade, wordt het herstel niet alleen fysiek gevolgd maar ook via gevalideerde vragenlijsten zoals de EQ5D-vragenlijst en EORTC-vragenlijsten.

Periodiek vinden gesprekken met patiënten plaats om de voortgang van het herstel te bespreken. Door deze methodiek vindt pas uitbreiding plaats van het aantal behandelsessies als hier objectiveerbaar aanleiding toe is.

Andersom geldt ook dat indien er sprake is van een erkende indicatie maar de behandeling niet leidt tot een aantoonbare verbetering, de behandeling in overleg met de patiënt wordt gestaakt.

Het IvHG beoordeelt alle verwijzingen zelf

Een verwijzing is voor het IvHG op zich nog onvoldoende om te behandelen. We willen eerst vaststellen of de indicatie juist is. Met andere woorden, of de patiënt voor behandeling in aanmerking komt. Maar ook of de patiënt de behandeling goed kan doorstaan. Is er sprake van contra-indicaties? Hoe is het fysieke gestel van de patiënt? Is de patiënt gemotiveerd? De vestigingsarts van het IvHG stelt middels een medische intake vast of de patiënt na verwijzing in aanmerking komt voor de behandeling. Zonodig aangevuld met extra informatie van de verwijzer.

Alle aspecten van de behandeling worden met de patiënt doorgenomen.

Als we ondanks de verwijzing van mening zijn dat de patiënt niet voor behandeling in aanmerking komt dan wordt dit persoonlijk meegedeeld aan zowel de patiënt als de verwijzer. Er wordt daarbij ingegaan op de reden van afwijzing, mogelijke behandelalternatieven en de verwijzer wordt verder geïnformeerd over de juiste behandelindicaties van hyperbare zuurstoftherapie.

Aanvullende diagnostiek op het gebied van diabetische voetulcera

Het IvHG onderscheidt zich verder in haar medisch acceptatiebeleid op het gebied van diabetische voetwonden, waarbij naast de perfusie ook, vooral, de oxygenatie van het wondgebied met en zonder zuurstofchallenge een kritische succesfactor is voor het effect van hyperbare zuurstoftherapie. Speciaal voor dit doel is diagnostische apparatuur aanwezig.

Laatste wijziging: 4 februari 2016