Een interview met Roel Straathof,
Vestigingsarts IvHG Arnhem

 

Sinds vier jaar is Roel Straathof vestigingsarts in Arnhem. Een belangrijke groep personen die baat heeft bij hyperbare zuurstoftherapie betreft de patiënten met late bijwerkingen na radiotherapie.  Op de IvHG vestiging Arnhem is veel ervaring opgedaan met de behandeling van late radiatieschade van de mamma. In dit interview worden ervaringen met de behandeling van deze groep vrouwelijke patiënten uitgebreid besproken.

Is late radiatieschade van de mamma een erkende indicatie voor HBO?

Volgens het Zorginstituut Nederland is HBO geïndiceerd bij radionecrose, ongeacht in welk gebied zich dit bevindt. Dit geldt dus ook voor klachten die ontstaan na bestraling  van mammatumoren.  Daarbij moet wel onderscheid gemaakt worden tussen acute radiatieschade en late radiatieschade die ongeveer 3 tot 6 maanden na de bestraling ontstaat. In Nederland wordt HBO uitsluitend bij late radiatieklachten gegeven zo ook bij het IvHG. De symptomen bestaan voornamelijk uit pijn, oedeem, langdurig erytheem, fibrose en bewegingsbeperking van de arm en verergeren in de loop van de tijd zelfs tot jaren na de bestraling. Late radiatieschade van de mamma is een erkende indicatie voor HBO die in het basispakket van de zorgverzekering zit.

Is er sprake van een toename van patiënten met late radiatieschade van de mamma?

Wij zien een toename in het aantal verwijzingen van patiënten met late radiatieklachten van de mamma. In de afgelopen 3 jaar hebben we meer dan 400 vrouwen behandeld met hyperbare zuurstoftherapie verdeeld over alle 4 vestigingen van het IvHG. We zagen in het begin uitsluitend patiënten met een ernstige vorm van fibrose (graad 4). Dit waren vaak vrouwen die jaren geleden bestraald waren geweest voor borstkanker en al lang met klachten rondliepen. Door de goede resultaten van hyperbare zuurstof en het meer bekend worden van deze behandelingsoptie zien we een groei in het aantal verwijzingen. Meer radiotherapeuten en mammapoli’s weten ons te vinden en patiënten worden in toenemende mate tijdig verwezen. In Arnhem kregen we tot 2 jaar geleden patiënten doorverwezen die hun laatste bestraling meerdere jaren geleden hadden ondergaan. Nu zien we patiënten die hun laatste bestraling driekwart tot een jaar geleden hebben gehad.

Hoe effectief is HBO bij late radiatieschade van de mamma?

Er is beperkt wetenschappelijk onderzoek beschikbaar voor deze specifieke locatie van radiatieschade in tegenstelling tot andere lokalisaties zoals het hoofdhals- en bekkengebied. lrti_mamma.jpgBij het IvHG houden we daarom gestructureerd gegevens bij van bij ons behandelde patiënten. Eens in de zoveel tijd doen we een analyse van deze verzamelde gegevens en wordt o.a. gekeken wat de effecten zijn van HBO. Ook bij late radiatieschade van de mamma.

We hebben daartoe patiëntendossiers van ongeveer 400 vrouwen doorgenomen. Meer dan driekwart van de met HBO behandelde vrouwen rapporteerde een verbetering op één of meer symptomen. Bij symptomen moet je dan denken aan pijn, oedeem, langdurig erytheem, fibrose en flexibiliteit van de huid. Bij een kwart van de vrouwen werd zelfs een verbetering gezien op drie of meer van deze symptomen.

Waren jullie verrast door deze bevindingen?

In de praktijk kom ik geregeld patiënten tegen die enorm veel baat zeggen te hebben bij de therapie. Een dolgelukkige moeder vertelde me dat ze na de therapie haar kind weer kon optillen, iets wat ze tevoren absoluut niet kon. Maar ook opluchting dat de nachtrust niet langer onderbroken wordt door pijnscheuten bij het omdraaien,  een vrouw die verbaasd meldde dat ze zonder het zich te realiseren iets met links uit een keukenkastje pakte en zich realiseerde dat ze dat 3 jaar lang niet had gekund. Dat zijn fantastische dingen om te horen. Toch zijn we voorzichtig over de resultaten van deze retrospectieve analyses. In samenwerking met het ARTI te Arnhem vindt nu een verdieping plaats van de retrospectieve analyse door onder meer diverse patiënt factoren en type tumorbehandeling mee te nemen in de analyse.  Met een wetenschappelijke publicatie als resultaat.

Vervolgens is het van belang om de hypothesen te toetsen in een goed voorbereid prospectief onderzoek. Momenteel vindt er intensief overleg plaats met diverse centra om te komen tot een goed onderzoeksprotocol.

Hoe belangrijk is zo’n studie?

Erg belangrijk. Borstkanker is de meest voorkomende kanker onder vrouwen. Eén op de acht vrouwen krijgt in haar leven te maken met borstkanker. Chemotherapie en bestraling zijn behandelingsmethoden die ook nog in de nabije toekomst worden toegepast. Ondanks het feit dat men steeds gerichter kan behandelen zullen er altijd vrouwen zijn, en gelukkig is dat een klein percentage van tussen de 5 en 15%, die late radiatieschade ontwikkelen. Als hiervoor een effectieve therapie beschikbaar is, dan bespaart dit veel leed bij vrouwen die al een behoorlijke ziekte- en behandelbelasting achter de rug hebben. Het IvHG vindt het dan ook van groot belang te investeren in het bereikbaar maken van HBO voor iedere vrouw die gebukt gaat onder late radiatieschade van de mamma. Investeren in onderzoek om de effectiviteit ondubbelzinnig wetenschappelijk aan te tonen zodat HBO geaccepteerd wordt als zinvolle behandeling door iedere zorgprofessional die actief is op het gebied van mamma cure en care, is daar onderdeel van.

Laatste wijziging: 11 januari 2016

Roel Straathof, 38 jaar

  • Vestigingsarts, IvHG Arnhem